Where do we all live today?

Hereunspecified-8 is a map where you can see where all members of the Facebook group live today. If you are not on the map yet, please add yourself.

We already have a spreadsheet and Facebook posts where people are adding where they live today.
Now I found something which makes it much easier to see where all people from Sasolburg live nowadays:
It works like this: click on the link. Then on: See Map. Then you click on the three stripes in the left top corner and click on ADD. Fill in your name and where you live (or current location, (JUST YOUR TOWN, NOT THE EXACT ADDRESS) and choose a pin color. Good luck!

https://www.zeemaps.com/map?group=2443689&location=Sasolburg%2C+Vrijstaat%2C+Zuid-Afrika

Advertisements

Long time no see!

Hi everyone, sorry I was absent for a while. But now I added a new search request by Chris Els who is looking for some people already a long time, which you will find here. Please go to this page and look through all the requests en see if you are being looked for or perhaps know where the missing person is hiding!

Soon I will add some class photo’s again, so keep coming and see all the the photo’s, memories and other old Sasolburg info.

Don’t forget that you can contribute, so see if you have old Sasolburg photos, class photo’s (which many people loose, so will be so happy to see them), or if you have some  stories about how you spent your youth in Sasolburg. There are many stories already, if you want to get inspiration, look here.

 

New story!

image001-1

Luc Broes het sy herinneringen opgeskryf en ek het dit hier gepubliceer.

Hieronder kan jy die uitgebreide en mooi verhaal lees, oor hoe hulle vanuit België na Sasolburg gekom het en hoekom hulle weer het teruggekeer.

 

 

The memories of Luc Broes

ONZE BELEVENISSEN IN ZUID-AFRIKA. 1967 – 1975.

Bijna 50 jaar geleden emigreerde ons gezin naar Zuid-Afrika (ZA). Tijd om eindelijk onze belevenissen neer te schrijven zodat niet alles vergeten wordt alsof het nooit gebeurde.
Het land stond toen nog niet zo erg onder druk vanwege het apartheidsregime. De buurlanden waren nog westerse kolonies en dienden als een veilige buffer.
Binnen de grenzen was alles schijnbaar nog goed onder controle. Criminaliteit en aids waren nog geen probleem. Voor blanken was het er goed leven en er kwamen dan ook nog veel immigranten toe uit Europa.
Vooral de minder ontwikkelde zwarten hadden een redelijk bestaan, zeker in vergelijking met onze voormalige Congo. Ontwikkelde zwarten waren minder tevreden en werden dikwijls gehinderd in hun mogelijkheden.

Ik beschrijf de sfeer en de gebeurtenissen zoals wij ze persoonlijk meegemaakt en ervaren hebben.

IMG_1175_9
Hierdie klip, eeuwenlang gerold door de Atlantische en de Indische oceaan nabij Kaapstad, gekapt en bewaard te Brugge als blijvende herinnering aan dierbaar Suid-Afrika.

Bevolkingsgroepen:

Afrikaners = Boeren
English South-Africans
Afrikanen = zwarten
Kleurlingen = gemengde afkomst
Maleiers en Indiërs

Op weg naar het beloofde land

Na 10 jaar botert het niet meer in de Brugse firma waar ik werk. Een incident tussen mijn baas en Hilde (“Vous ne payez pas mon mari comme il faut!”) is voor hem een welkome gelegenheid. Vermits ik te trots ben en geen reden zie om me te verontschuldigen zet hij me aan de deur.

Ik ben heilig verontwaardigd over zoveel onrecht in de wereld, niet vermoedend dat dit het beste is wat me beroepshalve ooit overkwam. Het begin van een boeiende loopbaan waarvan ik nooit had kunnen dromen, de wijde wereld rond!

Ik ga op zoek naar ander werk, maar mijn opgedane ervaring in een klein familiebedrijf overtuigt niet. Zo vertrekken we na enige aarzeling met heel het gezin Hilde, Sabina (5 j) en Marnix (4 j) naar Zuid-Afrika waar ik welkom ben bij Sasol, een groot bedrijf waar olie uit steenkool vervaardigd wordt.
Bij het afscheid met de familie zegt mijn moeder niet hoe spijtig het is dat we zo ver weg gaan. Dat verneem ik pas vele jaren later als we definitief terug thuis zijn.

De meeste immigranten nemen het vliegtuig, maar een zeereis lijkt ons aantrekkelijker. Oma en An doen ons uitgeleide, en op 12 mei 1967 varen we met de Capetown Castle vanuit Vlissingen via Madeira en Walvisbaai naar Kaapstad.

De avond valt langzaam als we langs de kust voorbij de lichtjes van Brugge en Oostende varen, richting beloofde land voor het grote avontuur!

Het schip telt een 300-tal bemanningsleden en ongeveer evenveel passagiers. We worden dus goed verzorgd en hebben ruim de tijd om met elkaar onze toekomstplannen en verwachtingen te bespreken.
Vooral de Kaap is zeer aantrekkelijk, maar de economische activiteit vindt vooral plaats in en rond Johannesburg en de Witwatersrand. De meeste immigranten gaan daar dus op zoek naar een nieuw bestaan.

Aan boord is ook een zekere dokter Jadwat, een Indiër die diep gegriefd is over de apartheid. Hij woont in de verzorgde Indische buurt van Durban gelegen aan zee met gescheiden stranden voor de verschillende volksgroepen…
Hij hoort dat ik nieuwe immigrant ben en zegt: “They will teach you to hate us.” Ik verzeker hem dat ‘ze’ daar zeker niet zullen in slagen en dat ik hem graag kom bezoeken als ik later de gelegenheid heb. Maar hij houdt vol: “You will not come!”. Ik heb hem later natuurlijk wèl bezocht. En niemand heeft ons ooit geleerd hen te haten.

De eerste morgen worden we in alle vroegte in onze kajuit gewekt naar goede Engelse gewoonte voor early morning tea, die we zeer beleefd maar dringend voor de rest van de reis afgezegd hebben.

Ik heb een verrekijker meegenomen die me goed van pas komt om onderweg vliegende vissen, dolfijnen en vooral allerlei vogels te bekijken. Het bezorgt me voor de rest van mijn leven een verrijkende en aangename liefhebberij.
Het valt me op dat de zee soms spiegelglad is zonder golven, en soms één golvende schuimende massa. Een echte storm echter maken we niet mee.

Ik heb ruim de tijd om een handboek van Shell te bestuderen en me wat meer vertrouwd te maken met apparatuur en processen in olieraffinaderijen. Een veelzijdig onderwerp dat voortaan meer dan een interessante en boeiende uitdaging zal zijn, een heel beroepsleven lang!

Enkele dagen later merken we bij het ontwaken dat onze boot stil ligt. We liggen voor anker in Madeira. We hebben de gelegenheid het eiland te bezoeken en proeven Porto! Het doet een beetje vreemd aan er andere toeristen te ontmoeten die daar toevallig verlof nemen. Ik kan er eindelijk mijn eerste brief posten voor het thuisfront waar de familie bekommerd afwacht op wat komen zal.

Elke dag wordt het warmer. We bereiken de ‘onzichtbare’ evenaar en nadien Walvisbaai. Zuidwest, het latere Namibië, is erg woestijnachtig en van op het schip ziet het er echt ongezellig en onherbergzaam uit. De zee en daar achter een woestijn is een akelig zicht.
Een kort bezoek aan de stad bevestigt dit. Het Duits karakter van Walvisbaai wordt zorgvuldig in ere gehouden blijkbaar om het toerisme levendig te houden. Er is een Kaiser Wilhelmstrasse in zware gotische letters en zonder vertaling! Meerdere openbare gebouwen en winkels zijn zorgvuldig bewaard in oude Duitse bouwstijl. Ik zie ook een schoolmeisje met blonde vlechtjes zoals in een gewoon Duits dorp. Maar hier och arme, zó ver van huis!!

Aan boord is het best gezellig en we hebben reeds enkele vrienden gemaakt. We nemen dan ook met spijt afscheid van de enkele Duitsers die hier hun reis beëindigen, maar zijn toch erg tevreden dat we zelf veilig geborgen aan boord blijven en verder doorvaren naar Kaapstad.

Aankomst in Zuid-Afrika.

image001-1image001-2

Kaapstad, 28-5-1967 aan boord van de Capetown Castle met op de achtergrond de Tafelberg.
Vooral onze Marnix ziet het wel zitten!

Uren voor we Kaapstad bereiken is de unieke Tafelberg reeds zichtbaar van uit de verte. Na een bootreis van 17 dagen is de speeltijd voorbij en wordt het ernst.

We worden ondergebracht in een hotel en iedereen gaat zijn weg. We hebben onze auto meegebracht en bezoeken eerst de Vlaamse familie Willems in Stellenbosch. Jos is secretaris van de afdeling Drama aan de universiteit, destijds gesticht door de Antwerpse regisseur Fred Engelen. Hij krijgt er vele Vlamingen over de vloer die ZA bezoeken: Marc Galle, Mgr. Daelemans, Fernand Van Damme, en vele anderen. We komen in een gezellige Vlaamse woonkamer, krijgen veel goede raad en worden wegwijs gemaakt in het nieuwe vreemde land.

Aan de grote autotocht van 1000 km van Kaapstad naar Sasolburg (70 km ten Zuiden van Johannesburg) komt plots een einde. Onze auto met het stuur aan de linkerkant vindt het links rijden nogal verwarrend en dat loopt slecht af. In Plettenbergbaai botst onze trouwe Taunus op een tegenligger en is onherstelbaar beschadigd. Gelukkig komen we er zelf goed van af met enkele schrammetjes. De omniumverzekering komt goed van pas.

Zo hadden we het ons niet voorgesteld: met een kinderfietsje en wat schamele bagage verder met de trein. De Kaap is mooi groen maar naarmate de reis vordert en we Sasolburg naderen wordt het landschap schraler en troosteloos. Het is mei en dus winter in dit deel van de wereld. Er valt geen druppel regen, de velden zijn vaalbruin en ’s nachts wordt het bitter koud. Hier en daar aan eenzame haltes staren verwaarloosde zwarten ons aan…
We spreken mekaar moed in: Sasolburg wordt zeker heel wat beter.
Midden in de nacht stappen we af in Coalbrook een verlaten, slecht verlicht stationnetje in de buurt van Sasolburg. Een gammele taxi brengt ons naar Indaba, het enige hotel waar we ook onderdak vinden.

Een van de eerste immigranten die hier aankwam in de jaren 1950 beschreef zijn indruk:

“We arrived at night and there was nothing to be seen.

The next morning there was nothing to be seen either, but we could see it better!”

Maar nu in 1967 is Sasol en het dorp in volle bedrijvigheid en het ziet het er helemaal anders uit!

Het Dorp Sasolburg

’s Morgens ben ik de eerste op en ga de buurt verkennen. Het is nog koud, maar Sasolburg lijkt inderdaad heel wat beter. Een modern goed aangelegd dorp met aantrekkelijke winkels, overal groen en elk huis met een tuin! Ik breng het goede nieuws naar Hilde en de kinderen en ga me melden bij Sasol. Dezelfde dag wordt ik nog voorgesteld aan het hoofd van Tegniese Dienste en de Productiebestuurder. Het werken begint!

We krijgen voorlopig een zeer eenvoudige woonstel toegewezen met enkele bedden, tafel en stoelen en wat keukengerei. We beginnen dus weer helemaal opnieuw met het uiterste minimum. Het kan alleen maar beter worden!

De nieuwkomers in Sasolburg kunnen niet klagen. We ontmoeten er naast de Zuid-Afrikanen ook immigranten uit vele landen, onder meer Engelsen, Duitsers, Nederlanders, Ieren, enkele Vlamingen en zelfs Fransen. Een lieve en bekommerde mevrouw Marais, door Sasol aangesteld om de opvang te verzekeren, leidt alles in goede banen.
Sasol zorgt voor aanleg van het dorp en behuizing. Er is een leerzame Hoëveldse plantentuin. De vrijetijdsbesteding omvat een Leeskring, een Muziekkring, een Folksong club en een Bergstapclub zodat iedereen zijn gading vindt

Sasolburg ligt op die hoëveld op 1500 m boven de zeespiegel. ’s Zomers is het meestal mooi weer met regelmatig tegen de avond een ferme regenbui. ’s Nachts is het nooit drukkend warm. In de winter is het overdag aangenaam zonnig weer zonder een druppel regen maar ’s nachts wordt het bitter koud.
Sasolburg werd door een Zwitserse architect ontworpen volgens alle regels van een moderne urbanisatie. Een groot winkelcentrum, bibliotheek, zwemkom, theater enz. vormen de kern en daar rond zijn de verschillende woonbuurten zonder doorgaand verkeer. Elke woonbuurt heeft een eigen kleiner winkelcentrum, en een school die voor de jeugd te voet bereikbaar is via een groene zone en zonder verkeershinder
Sasolburg is overwegend Afrikaans zoals heel de Oranje Vrijstaat, maar de school voorziet wel naar keuze Afrikaans of Engels medium. Vooral de Afrikanerschool is erg traditioneel met veel sport en strenge tucht. Helemaal niet naar de zin van Sabina, maar Marnix heeft er geen probleem mee. Hy is by die Voortrekkers, doen baie goed by die skool en weet wat is ‘n inslikopedie!

De meeste immigranten komen terecht in het Engels medium waar het veel losser aan toegaat zoals gebruikelijk in de landen van herkomst. Als een van die snotneuzen een opmerking krijgt van de lerares snauwt hij haar toe: “Miss, are you pregnant?” tot grote ontzetting van het onderwijzend personeel… Dat gaat zelfs voor de ruimdenkende Engelssprekenden te ver.

De kinderen groeien op zonder kleerscheuren. Sabina is de oudste en speelt de baas, Marnix gedraagt zich als de verduldige gentleman. Maar ze begrijpen niet altijd de grote mensen: “Papa werkt, mama is moe en de kinderen moeten gaan slapen!?” Wie kan die redenering volgen? Er wordt hartelijk om gelachen. Die kinderwijsheid zal in ons gezin een hele tijd meegaan.
Vrij vlug spreken Sabina en Marnix onder mekaar Afrikaans, de eenvoudige taal van de klasgenootjes, en hun Nederlands verdwijnt.

Het valt me op dat kinderen hier doorgaans veel beleefder zijn dan in Europa. Op weg naar het fabriek ontmoet ik ’s morgens de schooljeugd, en dan wordt ik regelmatig begroet met een vriendelijk “Môre oom!”.

De patio van ons nieuwe huis

De fabriek bouwt zelf huizen voor de werknemers. Na verloop van tijd als we ons beginnen thuis voelen en vaste plannen maken, bekomen we een mooie ruime woning, met patio en tuin. Onze meubels uit Brugge met de mooie antieke Bretoense kast (destijds de eerste ernstige aankoop van Hilde) laten we overkomen en ons huis wordt gezellig!
De tuin wordt zorgvuldig aangelegd. De schrale, zanderige grond mengen we met veel rioolslijk van de afvalwaterbehandeling. En dan wordt geplant: palmen, naaldbomen, zilvereik, doringboom, bottle brush, sering, moerbeiboom, wit stinkhout, aalwijnen, oupas pyp, bougainville, cactussen en zelfs protea’s! Tijdens de droge winter moet ook gesproeid worden, maar de resultaten zijn er:

IMG_1208_1
Kleine kindjes worden groot! De palm groeit, maar die klein kat het seer gekry.

IMG_1209_1_1

Echte tropische planten gedijen hier niet want ’s winters wordt het ’s nachts erg koud vooral als de wind waait vanuit die Drakensberge.
Daniël zeve (7 is het nummer op zijn kast), een vriendelijke zwarte man, helpt ons in de tuin. Hij krijgt hetzelfde eten als wij, maar het zwijnenvlees spuwt hij onmiddellijk uit: “Die vark speel in die dagga (slijk)” en dat eet hij niet.
Even buiten het dorp is die tronk of gevangenis. Op zaterdag mogen de blanke tuinliefhebbers er enkele zwarte bandiete afhalen om hun tuin een goede beurt te geven. Voor de gevangenen is dat een dagje uit en een buitenkansje! Ze hopen op betere kost, vlees, wat sigaretten en mogelijk een stuk zeep. Ik maak er ook graag gebruik van en neem vier zware zwarte mannen mee. Onmiddellijk stapt de grootste op me af en zegt: “ek is die boss-boy”. Hij is de aanvoerder van de ploeg en zal zorgen dat er gewerkt wordt, onder verstaan als daar iets tegenover staat zoals extra zeep en sigaretten. Tijdens het werk zingen ze zacht een natuurlijke eenvoudige melodie: “Baas, ons sing van die reën wat nou kom”.
Ik kan het goed vinden met de bandiete die hun best doen en er helemaal niet zo kwaadaardig uitzien. De meesten hebben Bijbelse namen zo ook Petrus die me vertelt hoe hij in die tronk belandde: “My mate was bothering me, I hit him and too much blood came out”. Hij had dus iemand doodgeslagen maar de fout lag eigenlijk bij dat ‘too much blood’!

Ik ben lid van de Folksong club die geleid wordt door het muzikaal Iers echtpaar Kelly. Ik maak er kennis met onder meer de mooie Ierse volksmuziek, Wild rover, Streets of London, Amazing Grace en meer. Om de maand verzorgen we een muziekavond onder grote belangstelling want in het dorp is ’s avonds niet zoveel te doen. Ik leer er optreden met de blokfluit. We hebben zelfs een blokfluitgroep met enkele Duitse families en een Boliviaan waarmee we regelmatig gezellig in de huiskring samen musiceren, met nadien rooibos thee en taart.

De winkels in het blanke Sasolburg worden bezocht door blank en zwart. Er zijn veel Portugezen (om te ontsnappen aan de legerdienst in de kolonies) en ze baten de groentewinkels uit. De Grieken hebben de cafés waar je van alles kunt krijgen: dagbladen, brood, sigaretten, conserven enz. Er is ook een bottle store met lekkere Kaapse wijn en bier. Tijdens het winkelen zie ik Marnix aan de praat met een zwarte en hoor hem zeggen: “Tomela o kai, these are the only words I know in your language, but these are friendly words”.

Ik fiets elke dag naar het werk, maar na enkele maanden is de botsing met de Taunus verteerd en hebben toch opnieuw een auto, wat hier bijna onmisbaar is. Onze dappere kleine Volkswagen, een Volksie zegt men hier, heeft het stuur aan de rechterkant… Meestal rijden we gedurende die naweek naar het nabijgelegen ontspanningsoord Abrahamsrust aan de Vaalrivier met bovenop de auto onze Jolly-boat in glasvezel. We kunnen er naar hartenlust rondvaren en zwemmen, en nadien genieten van een braai bij een vuurmaakplek die speciaal voorzien is voor de geliefde openluchtmaaltijd van de Zuid-Afrikanen. Bij die braai hoort ook de traditionele mieliepap (maïspap). Een Boer zal je met ingehouden trots en ontroering toevertrouwen: “Ons het met mieliepap groot geword”. Diezelfde mieliepap is trouwens ook het basisvoedsel van de zwarten.

Veel gezinnen hebben een inwonende zwarte poetsvrouw die beschikt over een afzonderlijk gebouwtje met eigen kamer en toilet. Meestal staat elke poot van het bed in een leeg conservenblik om de Tokoloshi (de boze geest) op afstand te houden. En het helpt! De meeste blanken hebben ook een zwarte tuin boy die echter slaapt in het nabijgelegen zwarte dorp Zamdela

Ons gaan Kerk toe

In ZA spelen de Kerken een belangrijke rol. De NG-kerk voor de Afrikaners, Anglican church voor Engelstaligen, Katholieke kerk voor Portugezen, Ieren, Nederlanders en enkele Vlamingen. Onze pastoor, een Nederlander wiens Engels niet zo goed is verwelkomt ons parishioners met “Dear prisoners”, maar hij bedoelt het goed. Een vlotte progressieve father John luistert de kerkdienst op met gitaar en zang. De tekst van een bekend lied is aangepast aan Robben Island waar Mandela gevangen zit:

This land is my land, this land is your land.
From Robben island to the Limpopo river.
This land belongs to you and me!

Bij het buitengaan na de kerkdienst groet dezelfde progressieve father John de gelovigen, ook de jonge dames, met een zoen op de mond! In Zuid-Afrika blijkbaar heel gewoon en onschuldig, maar voor mij toch steeds een beetje vreemd, alhoewel ik die father John ook wel iets gun.
De Ierse katholieken hebben nogal veel kinderen. Er wordt een grapje over gemaakt: “Are you catholic or just careless?”

Wel te verstaan, al die kerken zijn meestal net vir blankes. Dat is niet steeds zo opgelegd, maar in de praktijk wel zo gegroeid.

Via de Steiner-kring belandt Hilde in een Bijbelstudiekring. Het heeft grote en blijvende gevolgen, hier op deze aarde en mogelijk ook in het eeuwig leven!

Er zijn ook meerdere zwarte kerken met zeer veel leden.
De Kaapse kleurlingen zijn fervente gelovigen. Op het openbaar vervoer is een vurige donderpreek met dreiging van hel en vagevuur door een toevallige reiziger heel gewoon: “die Here het gesê jy sal nie andermans vrou vat nie …”. Niemand vindt het ongebruikelijk. Als de toevallige predikant wat vermoeid geraakt neemt een andere vrijwilliger de taak over.

Kaapse Maleiers zijn vreedzame Moslims, zonder hoofddoek. Vele jaren later verneem ik van father Brian dat ook daar de toestand niet meer is als voorheen.

Zamdela

Bij Sasol werken heel wat zwarten vooral in Sigma, de steenkoolmijn die de nodige grondstof levert voor de steenkoolvergassing. Ze wonen in het eenvoudige maar verzorgde zwarte dorp Zamdela op wandelafstand van het blanke Sasolburg.

Giesekke, zoon van een Duitse missionaris is personeelschef van de zwarten. Hij groeide op in de missiepost tussen de zwarten en spreekt meerdere Bantoetalen. Hij verwelkomt ons en vraagt begrip voor de regeringspolitiek van afsonderlijke ontwikkeling. Hij drukt ons op het hart om geduld te oefenen met de laaggeschoolde zwarte werklui: Leer hun taal en gebruik zeker nooit geweld.

Blanken gaan zelden of nooit naar Zamdela. Zoals de gewone Antwerpenaar ook zelden of nooit naar Borgerhout gaat om er de Marokkanen te ontmoeten..

We krijgen thuis bezoek van de zwarte priester van Zamdela die steun zoekt voor zijn zielenzorg. Ik heet de man vriendelijk welkom met een kopje thee en luister aandachtig naar zijn bekommernissen. Mijn Volksie staat te blinken in de zon en dat wordt een belangrijk gespreksonderwerp. Een zwarte priester is ook maar een mens!

Op kantoor bij Sasol brengt Petrus ons plichtbewust tweemaal per dag lekkere rooibos thee. Ik ontmoet ook regelmatig de zwarten in de drukkerij waar ik afdrukken laat maken van de installaties die ik onderzoek. Ze werken behoorlijk en zijn vriendelijk. Zo leren we mekaar wat beter kennen.

Ik val blijkbaar in de smaak, want als enige wordt ik uitgenodigd in de feestzaal van Zamdela voor het koorfestival. Zo een buitenkans laat ik nooit voorbijgaan.
De zaal is druk bezet en ik moet plaats nemen op de eerste rij tussen andere goed doorvoede, indrukwekkende notabelen. Er wordt naar hartenlust en vooral erg luid gezongen, eigen zwarte muziek maar ook gekende Boeremusiek zoals ‘Daar kom die Alibama’. Heleen Bettman, de echtgenote van mijn vriend Richard begeleidt op de piano.
Nadien wordt ik op het podium gevraagd om het festival waardig af te sluiten met een toespraak, waarin ik de mannen van de drukkerij bedank voor het goede werk in de fabriek en de vriendelijke uitnodiging voor het geslaagde festival.

Natal, a lekker place for a holiday.

Tijdens de winter met zijn koude nachten op de dorre hoëveld is, voor ons Sasolburgers, een vakantie in het groene subtropische Natal aan de warme Indische oceaan een ideale bestemming.
Met onze kleine Volkswagen kever, achteraan volgeladen met kampeermateriaal waarop Sabina en Marnix zich geïnstalleerd hebben, rijden we trouw elke winter naar Illovo Beach aan de Zuidkust vlakbij Durban.
De afstand van Sasolburg naar Durban bedraagt wel een behoorlijke 500 km, maar er is geen druk verkeer en in het vooruitzicht van a lekker place for a holiday aan zee valt het best mee. Op het einde van de herfst staan duizenden kleurrijke wilde asters in bloei langs de baan en vormen een prachtig zicht. Sabina is duidelijk onder de indruk en mijmert: “die blommetjies versier die pad”.

Terloops. Toen ik in Gent studeerde noemden we de meisjes-studenten ‘porren’.
Ik weet nog altijd niet vanwaar die weinig inspirerende naam. De verliefde Afrikaner student spreekt over ‘my aster’. Wie ooit de kleurrijke wilde asters zag bloeien langs die pad weet wat mooier is!

Vlak bij het strand is een kampeerplek van het ATKV – Afrikaanse Taal en Kultuurvereniging – een soort Davidsfonds, waar we ten volle genieten van zon en zee, en van subtropisch, exotisch Zuid-Afrika.

In en rond Durban woont wel een miljoen Indiërs, destijds ingevoerd door de Engelsen om er te werken in de suikerrietvelden. Natal is ook het land van de trotse Zoeloes, vóór de komst van de blanken, de gevreesde en absolute heersers met de legendarische stamhoofden Shaka en later Dingaan.

Het is opmerkelijk te zien hoe die massa blanken, Zoeloes en Indiërs schijnbaar vredig en zonder veel problemen naast mekaar leven.

We bezoeken zoals beloofd de verbaasde dokter Jadwat in de keurig verzorgde Indische woonbuurt, de kleurrijke Indische markt en een Indische boer op zijn bananenplantage. We zijn ooit eregasten op een Indisch trouwfeest waar we zeer goed ontvangen worden. Sommige jonge dames in traditionele klederdracht vertellen ons dat ze in hun gemeenschap enkel goed zijn voor de keuken en niet kunnen deelnemen aan gesprekken met familie en vrienden. Ze hebben nochtans hogere studies gedaan en trachtten meermaals vruchteloos volwaardig deel te nemen, maar ze berusten nu in hun lot. Met volle overtuiging passen we ons deze keer niet aan en maken van de gelegenheid gebruik om opvallend met de jonge dames te praten en ze te steunen in hun vreedzame strijd.

De Indiërs in Zuid-Afrika hebben een eigen universiteit en verhoudingsgewijs meer universitairen dan de blanken! Jaren later tijdens een inbedrijfstelling in Indië stel ik tot mijn verbazing vast dat vele Indiërs in Zuid-Afrika er meestal beter aan toe zijn dan de Indiërs in eigen land, waar honderden miljoenen overleven in grote ellende. Mogelijk heeft apartheid minder kwalijke gevolgen dan het kastesysteem waarvan ik hier weinig merk.

Terug naar Sasolburg!

Met volgeladen Volksie en deugddoende herinneringen terug richting Sasolburg. De weg is lang en we rijden vlug op een baan zonder veel verkeer. Tot plots op de grond langs de weg iets voorbijflitst en de aandacht trekt. Was dat een bobbejaan of een reebok? Neen zegt Hilde het is een mens.
We rijden enkele kilometers terug en zien inderdaad een kreupele zwarte, zonder benen op een plankje met wieltjes, die zich met beide handen op de grond moeizaam vooruitduwt in de brandende zon.
“Where are you going?” ”I go to Jo’burg, work in the garden!”
Hoe hij daar geraakt zal hij wel zien, maar dat lijkt voor hem voorlopig geen probleem. Hij heeft een metalen kruik mieliepap op de rug om zijn honger te stillen en zet zijn weg van honderden kilometer verder.
Echt niet om aan te zien! Hilde kruipt achteraan in de auto met beide kinderen en we nemen de sukkelaar mee. Hij stinkt uren in de wind maar heeft schijnbaar geen zorgen of complexen. Hij zal wel werk vinden in Johannesburg, de grote stad waar altijd werk te vinden is.

Ik moet denken aan het contrast: We hebben juist een brief gekregen van oma & opa met pensioen en vrij van zorgen in het rustige Brugge. Ze waren met de auto gaan winkelen in Brussel en het was niet te doen om parkeerplaats te vinden, om gek van te worden!

Na uren rijden valt de avond en in de duisternis zien we in de verte eindelijk de brandende fakkel van Sasol. We zijn bijna thuis!

We rijden eerst naar Zamdela en ik verzoek er de zwarte politie om onze kreupele gast onderdak te verschaffen voor de nacht, en hem morgen naar Johannesburg te brengen. “Seker baas, ons sal so maak!”

Oor ons eeuwige gebergtes.

Om dit land en zijn natuur echt te leren kennen moet je er lang genoeg verblijven en gaan stappen liefst met de Sasolburg Bergstapclub. We zijn gewoonlijk met een 20-tal met rugzak en tent en padkos (eten voor onderweg).

We stappen rond in de overweldigende Drakensberge, een bergketting als een grootse kathedraal en langs de woeste, verlaten kust van het onafhankelijke thuisland Transkei. In een afgelegen dorp aangekomen vraagt Ian Murray, die de tocht leidt, aan het plaatselijk stamhoofd “kan ons hier kamp?” De man heeft geen bezwaar. Na een vermoeiende tocht in de omgeving vinden we ’s avonds onze tenten onaangeroerd terug. We bezoeken ook de medicijnman die hoog in aanzien staat. Tegen de verwachtingen in zien we er geen geheimzinnige kruiden of rituelen, maar wel wat voor hén belangrijk is en een symbool van aanzien en macht: een rijk gedekte onaangeroerde tafel met een mooi ouderwets servies en een standbeeld van Paul Kruger, de oude Boerenpresident.

IMG_1262
Lekker kampplek by die see! Mijn laag rood tentje staat juist in ’t midden!

We stappen ook dagenlang langs de Ottertrail aan de rotsachtige wilde kust van de Oost-Kaap. De beangstigende Sederberge met akelige dode sederbomen zijn soms als een eenzaam maanlandschap waar men niet graag helemaal alleen rondloopt. Dwars door een bergketting loopt die Skeur, een unieke nauwe scheur van onder tot boven waar we nauwelijks met onze rugzakken door kunnen.
Met ons vier gaan we soms een dagje winkelen in Johannesburg. Tijdens het verlof ontdekken we met de tent heel Zuidelijk Afrika: Rustenburg Kloof, Rhodesië, Transkei, de Kaap, die Drakensberge, Lesotho, Mozambiek en meer.

De Kaap waar het destijds allemaal begon doet soms een beetje Europees aan door zijn historische gebouwen en prachtige wijngaarden met landgoed in de gekende Kaapse stijl. Ook de koude winter met veel regen is ons welbekend.
Er heerst een zeer bijzondere sfeer door de aanwezigheid van vele kleurlingen en Maleiers die nauwe aansluiting zoeken hogerop bij de blanken en ook Afrikaans hebben als moedertaal. Jammer dat die door de blanke regering te veel op afstand gehouden worden. De Kaapse Maleiers zijn zeer goede bouwvakkers. Ik ontmoet er één bij de herstelling van een oud Kaaps kerkje. Na een praatje kunnen we de man thuis bezoeken in het schilderachtige District Six gelegen langs de bergwand van de Tafelberg. Veel later moesten ze er jammer genoeg verplicht plaats maken. De knappe jongste dochter is baie tevreden omdat ik van haar een foto neem: “Kom ek nou in die koerant?” vraagt ze enthousiast.

Naar de Krugerwildtuin samen met Oma & Opa De Groote, op bezoek uit Europa! Met de tent en allemaal in ons Volksie! Een wildtuin is iets bijzonders, maar als er olifanten en leeuwen te zien zijn is het een beetje gevaarlijk en wordt het een spannende belevenis. We geven onze ogen de kost, kijken aandachtig rond en zien een kudde olifanten, alle soorten bokken, zebra’s, buffels, wildebees en zelfs een luipaard! Tientallen soorten vogels, de sekretarisvogel, arenden, tarentalen, ijsvogels, bijeneters en suikerbekkies te veel om te vernoemen. Ik duid ze allemaal aan in Roberts, Birds of South Africa, die me als een bijbel op al mijn tochten vergezelt. In de wildtuin zijn rustkampen voorzien met rondavels (hutten) voor de bezoekers. De tijd gaat soms vlugger voorbij dan we denken en op een dag moeten we ons haasten om op tijd terug in het kamp te zijn. De avond valt en nu komen de dieren pas goed tevoorschijn. Nog nooit in mijn leven op zo korte tijd zoveel dieren gezien.

Lesotho is een zelfstandig staatje en voormalige Britse kolonie, volledig omsloten door ZA. Het is mooi maar onherbergzaam en er gebeurt niet veel. Toch een zeldzame activiteit: een tapijtweverij met kleurrijke weefsels op touw gezet door een missiepost. Een volgeladen vrachtwagen brengt tomaten uit Johannesburg! Alsof die in Lesotho zelf niet kunnen gekweekt worden.

Op weg naar Rhodesië, waar de opstandige Ian Smith aan de macht is, steken we de Limpopo over in een landschap met de raadselachtige en reusachtige baobabbomen die ooit Saint-Exupérie geïnspireerd hebben. Volgens zwarte overlevering hebben de goden de bomen uit de grond getrokken en ze herplant met de wortels in de lucht. Langs het pad bij de Limpopo staat een kanjer van mogelijk 1000 jaar oud, met uitgeholde stam die bijna kan dienen als garage.
De natuur in Rhodesië is zeer mooi met goed onderhouden natuurparken. Overal staan aalwijnen in bloei! De Chimanimani bergen, goed zichtbaar vanop onze kampeerplek in Vumba national park, zijn overweldigend.
De verhoudingen tussen blank en zwart lijken er vlotter te verlopen dan in Zuid-Afrika. Ik zie er weinig of geen armoede. Veel later zal Mugabe de macht overnemen. Rhodesië wordt Zimbabwe met de gekende treurige gevolgen.

Mozambiek is een heel andere wereld. De Portugezen zijn in hun verouderde kolonie niet zo ondernemend als de Boeren met hun wortels stevig in de Afrikaanse grond. Er is helemaal geen apartheid, maar alles ligt er nogal verkommerd bij. Aan de grensovergang vanuit ZA verandert de goed onderhouden betonnen baan plots in twee smalle stroken beton voor de linker- en voor de rechterwielen. De zwakste tegenligger moet noodgedwongen vlug van de baan af en plaats maken. Van de zorgvuldig bewerkte velden zoals in ZA is plots niets meer te merken. Maar een heel ander land waar alles veel slordiger aan toe gaat dan in ZA is wel een afwisseling en dus ook de moeite om zien. Op de kampeerplek in Laurenço Marques kamperen ook enkele zwarten. Onbestaande in ZA, maar hier schijnt dat gelukkig niemand te hinderen.

Op de nummerplaat van ons Volksie prijkt niet de naam van de provincie maar wel ‘OIL’ (oil from coal!) een uitzondering op de regel speciaal voor de bewoners van het alom bekende Sasolburg. Een zwarte die ooit nog in onze mijn werkte en er blijkbaar goede herinneringen aan overhoudt komt enthousiast op ons toegelopen want hij kent ‘OIL’. Hij wil graag kennismaken: “Men beweert wel dat er apartheid is in ZA, maar in Mozambiek veel meer apartheid” zegt hij met nadruk. Met ‘apartheid’ bedoelt hij ‘slecht’, en hij verkiest ZA!

Sport

Boeren zijn verzot op rugby, Engelsen spelen Cricket en de zwarten houden bij voorkeur van voetbal. Op school en in de samenleving is sport zeer belangrijk en elke schoolnamiddag is gewijd aan sport. Een Springbok is de sportman die ZA internationaal vertegenwoordigt en dat betekent in ZA meer dan een barontitel. Bij de Boeren staat het hoogst in aanzien: de jonge dominee, Springbok en kapitein van het rugbyspan die bij voorkeur zijn opleiding kreeg in Stellenbosch.

De uitsluiting van ZA uit de Olympische Spelen komt zeer hard aan. Sport en politiek mogen wel niet met mekaar gemengd worden tenzij daar goede eigen redenen voor zijn natuurlijk. Ik bespreek de uitsluiting met mijn collega Tjaart Venter. Ik stel voor dat de regering in ZA nu maar voor alle bevolkingsgroepen hier gezamenlijk Zuid-Afrikaanse Spelen inricht. Maar hij schudt mistroostig het hoofd: “Jy verstaan dit nie” zegt hij. Hij heeft gelijk: Ek verstaan dit glad nie.

Plaas

Een plaas is een boerderij waar meestal ook mielies (maïs) gekweekt wordt, het basisvoedsel voor blank en zwart. De Boeren kennen hun stiel en er wordt hard gewerkt. Het is opvallend hoe in Zuid-Afrika de velden zeer zorgvuldig bewerkt en verzorgd zijn, in tegenstelling met de buurlanden. Cecil Rhodes wist het destijds ook en nam doelbewust Boeren mee op zijn tocht naar Rhodesië.
Elke Boer heeft een aantal zwarte helpers op zijn plaas. Ze krijgen in ruil kost en inwoon en meestal niet veel meer. De Boerin zorgt ook bij de geboorte van zwarte kinderen. Gewoonlijk heeft de Boer meer dan genoeg zwarten op zijn plaas, en hoopt dat er niet teveel bijkomen. Er worden dus zeker geen slaven gekocht of bewaakt zoals destijds in de USA. Veel Afrikaners die bij Sasol werken dromen ervan om later as hulle aftree weer te gaan boer op ’n plaas.

Namen

De meeste Afrikaner familienamen zijn Nederlands.

Vandermerwe is de standaardnaam in de meeste grapjes.
Soms worden namen aangepast aan de drager:

Shorty Besuidenhout is de langste man van Sasol
Blacky Swart, heeft dan nog zwart haar ook!
Oossie Oosthuisen bij gebrek aan geschikte voornaam
Smiling popo is onze steeds glimlachende Marnix

Bij de Boeren komen ook veel Franse namen voor. Het zijn nazaten van de Franse hugenoten, die volledig werden opgenomen in de Afrikaner samenleving, zonder ‘faciliteiten’: Marais, Celliers, Dutoit, De Villiers, Joubert, Rousseau enz.
Murray is ook erg verspreid. Meestal afstammelingen van een blijkbaar actieve Schotse predikant die door de Britten werd uitgestuurd om de Boeren te bekeren, maar hij werd zelf bekeerd tot de Boerenkerk
Veel zwarten die opgroeiden op een plaas hebben een Bijbelse naam: Johannes, Daniël, Petrus

Bij de Boeren spreken de kinderen volwassenen aan met oom of tannie.
Volwassenen doen dat ook t.o.v. hooggeplaatsten. De directeur van Sasol spreek ik vertrouwelijk en respectvol aan met Oom David, niet met mynheer De Villiers.
Hij wordt ook meestal beleefd aangesproken in de derde persoon:
Kan ek vir Oom David vra om toelating te kry?

Zwarten spreken blanken aan met baas. Eigenlijk niets anders dan ‘heer’ in de oorspronkelijke betekenis. Mandela zal dat later veranderen.
Kaapse kleurlingen noemen zichzelf wel eens lachend amperbaas en spreken blanken nadrukkelijk aan met meneer.

Afrikaans, eenvoudig en gevat

Afrikaans, de taal van de Boeren is spontaan ontstaan uit de eenvoudige ‘kindertaal’ tussen de eenzame blanke boer en zijn ongeletterde zwarte helpers.
Er zijn bv geen vervoegingen: ek is, jy is, hy is, ons is enz.

De Franse hugenoten, die in ZA hun toevlucht zochten en zich volledige in de Afrikaner gemeenschap integreerden, brachten de dubbele negatie (ne..pas) in het Afrikaans: Jy moet dit nie doen nie.

De Kaapse Maleiers, destijds ingevoerd door Nederlanders, hebben Afrikaans als huistaal en verrijkten het Afrikaans met enkele woorden:

Pisang = banaan
Piering = bord
Baie ~ veel bv baie dankie, baie mooi

Eigenaardig genoeg gebruiken de Kaapse Maleiers zelf nog steeds de woorden ‘terrima kasih’ (uit hun oorspronkelijke taal) in plaats van het eenvoudige Afrikaanse woord ‘dankie’. Toen ik ze tijdens een bezoek aan de Kaap bedankte met ‘terrima kasih’ vonden ze het heel bijzonder dat ik dat woord gebruikte.

Meestal worden Engelse woorden streng vermeden, maar sommige Engelse uitdrukkingen worden vlot letterlijk vertaald en overgenomen:

Ek sien! = I see
Hoekom? = how come?
Dis reg = this is right
Rekenaar = computer

Afrikaans is heel spontaan en vindingrijk:

Kan-nie-dood-nie = naam van zeer taaie woestijnplant
Kom-‘n-bietjie-bos = plant met weerhaakjes die je tegenhoudt
Laat-lam = achterkomertje
Duikweg = weg onder brug
Moltrein = metro
Vuurhoutjie = lucifer
Verkleurmannetjie = kameleon

Opgelet met het woordje naaimachien. In het Afrikaans is dat een hoertje!
Men verkiest het meer onschuldige woordje machien. ☺

Een eenvoudige taal die je gemakkelijk aanleert! Bob Turner, een recente Engelse immigrant ondervond het. Hij ging naar de kinderarts met zijn zoontje die maar niet behoorlijk leerde praten zodat de ouders hem niet begrepen en zich zorgen maakten. Het zoontje sprak zijn eerste woordjes Afrikaans!

Wer der Dichtkunst Stimme nicht vernimmt, 


ist ein Barbar, er sei auch, wer er sei.

Goethe

Afrikaans, een poëtische taal.

Het is opvallend hoe het Afrikaans zich leent tot een zeer dichterlijke taal die ook echt nog leeft bij de bevolking. Lang geleden tijdens mijn schooljaren in Brugge werd ik reeds geboeid door aangrijpende Afrikaanse gedichtjes. Ik herinner me nog goed:

Hulle het jou in England gemaak, seepkissie,
         

Om hier vir ons kinders as doodkis te dien:

Dis Al (Dit is alles) van Celliers (1865-1940) is het meest kernachtige en ontroerende gedicht uit Boerenoorlog. Hij beschrijft in enkele woorden de thuiskomst van een vrijgekomen krijgsgevangen Boer die hoopvol zijn gezin en zijn plaas terug opzoekt. Maar de ontgoocheling is groot. Er blijft niets van over.

Anton van Wilderode werd er ook door aangegrepen. In 1939 debuteerde hij zijn eerste novelle onder dezelfde titel.

Dis al Jan F.E. Celliers.

Dis die blond,
dis die blau:
dis die veld,
dis die lug;
en ’n voël draai bowe in eensame vlug –
dis al.

Dis ’n balling gekom
oor die oseaan,
dis ’n graf in die gras,
dis ’n vallende traan –
dis al.

Het gedicht Die Kind van Ingrid Jonker (1933-1965) uit een heel andere periode roept beelden op uit de strijd tegen apartheid. Zij was de opstandige dochter van een vooraanstaand Afrikaner die behoorde tot het regime dat zij bestreed.
Toen de merkwaardige Mandela na de machtsovername in 1994 zijn eerste toespraak hield in het parlement las hij het gedicht voor.
Jammer dat de ruwe werkelijkheid van Afrika niet altijd beantwoordt aan de dromen van dichters. In Rhodesië werd Mugabe destijds ook bejubeld door progressieven, maar nadien verdreef hij de blanke boeren van hun erf en leidde zijn Zimbabwe naar de hongersnood en de ondergang.
Zelfs een lichtend voorbeeld als Mandela bleef hem steunen. In ZA werden de laatste jaren talloze blanke boeren vermoord. Laat ons hopen dat er geen tweede Zimbabwe in de maak is, maar dat ‘die kind ’n reus word’.

Die kind wat dood geskiet is deur soldate by Nyanga

Die kind is nie dood nie


die kind lig sy vuiste teen sy moeder


wat Afrika skreeu skreeu die geur van vryheid en heide


in die lokasies van die omsingelde hart


Die kind lig sy vuiste teen sy vader


in die optog van die generasies


wat Afrika skreeu skreeu die geur


van geregtigheid en bloed


in die strate van sy gewapende trots
Die kind is nie dood nie


nòg by Langa nòg by Nyanga


nòg by Orlando nòg by Sharpville


nòg by die polisiestasie in Philippi


waar hy lê met ‘n koeël deur sy kop


 
Die kind is die skaduwee van die soldate


op wag met gewere sarasene en knuppels


die kind is teenwoordig by alle vergaderings en wetgewings


die kind loer deur die vensters van huise en in die harte van moeders


die kind wat net wou speel in die son by Nyanga is orals


die kind wat ‘n man geword het trek deur die ganse Afrika


die kind wat ‘n reus geword het reis deur die hele wereld


Sonder ’n pas

Nu even geen politiek, maar wel nog twee aangrijpende gedichtjes!

  • Een laatste klacht van Ingrid Jonker
  • Totius legt zalf op de wonde in lieflik Afrikaans

Ingrid kwam, na een zeer moeilijke jeugd in een probleemgezin, de breuk met haar vader en een stukgelopen relatie, tragisch aan haar einde toen ze in juli 1965 op het strand van Drieankerbaai in zee liep en in de golven verdween, zoals bijna voorspeld in deze laatste noodkreet:

Ek het gedink.. Ingrid Jonker

Ek het gedink dat ek jou kon vergeet,
en in die sagte nag alleen kon slaap,
maar in die eenvoud het ek nie geweet
dat ek met elke windvlaag sou ontwaak:

Dat ek die ligte trilling van jou hand
weer oor my sluimerende hals sou voel-
Ek het gedink die vuur wat in my brand
het soos die wit boog van die sterre afgekoel.

Nou weet ek is ons lewens soos ‘n lied
waarin die smarttoon van ons skeiding klink
en alle vreugde terugvloei in verdriet
en eind’lik in ons eensaamheid versink.

Vergewe en vergeet. Totius (J. D. du Toit)
Dat gij niet vergeet de dingen die uwe
ogen gezien hebben – DEUT.4:9

Daar het ’n doringboompie
vlak by die pad gestaan,
waar lange ossespanne
met sware vragte gaan.

En eendag kom daarlanges
’n ossewa verby,
wat met sy sware wiele
dwaars-oor die boompie ry.

“Jy het mos, doringstruikie,
my anderdag gekrap;
en daarom het my wiele
jou kroontjie plat getrap.”

Die ossewa verdwyn weer
agter ’n heuveltop,
en langsaam buig die boompie
sy stammetjie weer op.

Sy skoonheid was geskonde;
sy bassies was geskeur;
Op een plek was die stammetjie
so amper middeldeur.

Maar tog het daardie boompie
weer stadig reggekom,
want oor sy wonde druppel
die salf van eie gom.

Ook het die loop van jare
die wonde weggewis –
net een plek bly ’n t e k e n
wat onuitwisbaar is.

Die w o n d e word gesond weer
as jare kom en gaan,
maar daardie m e r k word groter
en groei maar aldeur aan.

Apartheid.

De meeste blanken vinden de afzonderlijke woonbuurten voor blank en zwart normaal. Niemand is trouwens verwonderd over een Chinatown in vele grote steden of over de Matongewijk in Brussel. Ook rijk en arm wonen meestal niet in dezelfde buurt. In ZA is dat echter wettelijk zo bepaald (ook huwelijk tussen blank en zwart is verboden) en dat is uiteraard op de duur onhoudbaar en voor de rest van de wereld een doorn in het oog.

Bepaalde arbeid is voorbehouden voor blanke arbeiders om die te beschermen tegen zwarte concurrentie. Een blanke kan ook niet tewerkgesteld worden onder een zwarte en alle lokalen, WC enz. zijn gescheiden. Uiteraard zijn het de bedreigde ongeschoolde blanke arbeiders die daar meest op aandringen.

‘Die Beeld’ het zondagblad van de Afrikaners bereidt echter langzaam vooral de minder geschoolde blanke voor op het tijdperk na de apartheid.

Ik hoor eerste minister John Vorster op een bijeenkomst van blanke werknemers in Sasolburg: “As ons blankes nou meer ontwikkel is dan die swartman, dan gee ons dit net meer verantwoordelikheid”.

De Engelstalige pers is bijna unaniem antiregering. Er is wel geen volledige persvrijheid, maar het scheelt toch niet veel. Hellen Susman enig parlementslid van de Progressive Party is ronduit antiregering en wordt steeds gesteund door de Engelstalige pers. Als Susman Vorster verwijt dat de zwarten geen stemrecht hebben antwoordt Vorster rustig: “zwarten stemmen met hun voeten, ze komen met duizenden vanuit de buurlanden naar ZA om er te werken!”

‘South-Africans support the Progressive Party, vote for SAP (een soort ‘oude CVP’) and hope that NAP (de Nasionale regeringsparty) stays in power’.
Dit grimmig grapje steekt de draak met sommige English South-Africans en de Progressive Party met enige vertegenwoordiger komende uit de meest elitaire blanke buurt van Johannesburg. Een zeer selecte club die beweert dat voor hen mensenrechten belangrijker zijn dan geld

Ik woon een vergadering bij van de ‘verkrampte’ Herstigte Nationale Party een radicale afscheuring van de ‘verligte’ regeringspartij. De dominee opent met een gebed. Vervolgens praat Jaap Marais een half uur lang over het onvoorstelbare ontoelaatbare: bij het bezoekende rugbyspan uit Nieuw-Zeeland is een Maori. En de Springbokken zouden het tegen dàt span moeten opnemen!
Na de pauze wordt een ander onderwerp behandeld, maar dan ontstaat wat rumoer in de zaal: “Oom Japie praat nog ’n bietjie oor die Maoris”. Een aantal aanwezigen met voldoende zin voor humor en realiteit verlaat de zaal.
Toen Jan Van Riebeeck in 1652 in de Kaap aankwam en er de Bosjesmannen ontmoette voerde hij uiteraard geen algemeen stemrecht in. Men kan er ook begrip voor opbrengen dat in een beginstadium afzonderlijke ontwikkeling aangewezen is. In alle kolonies was dit vroeger trouwens gelijkaardig of zelfs totaal verwerpelijk. Denken we maar aan de gruwelen van Leopold II in Congo. Uiteindelijk echter wordt in de huidige wereld elke vorm van koloniaal systeem onhoudbaar en onaanvaardbaar.

Zoals wel meer voorkomt, is het doel van een (blanke) regering niet om zo vlug mogelijk de macht af te staan. Zo werden de gebieden waar zwarte stammen traditioneel verbleven ‘onafhankelijke’ thuislanden. Uiteraard om zelf zo lang en zoveel mogelijk de macht in eigen handen te houden. Geen groot succes, want het was moeilijk te verwezenlijken en werd internationaal niet aanvaard.

Er is niet alleen een scheiding tussen blank en zwart, ook Boeren en Engelstaligen leven soms naast mekaar, waarbij deze laatsten zich wel eens tot de betere klasse rekenen. Een beetje zoals de Franstalige burgerij zich vroeger meestal gedroeg tegenover de Vlamingen. Sommigen Engelstaligen fronsen ontgoocheld de wenkbrauwen als wij het daar niet altijd mee eens zijn. Ze zijn ook soms meer anti-Boer dan anti-apartheid, en vergeten gemakshalve dat de jonge Gandhi destijds gediscrimineerd werd in Zuid-Afrika, en wel onder Brits bestuur.

Ik merk zeker geen haat van de blanken t.o.v. de zwarten, maar de eersten voelen zich meestal wel superieur.

SA 2005 184
Stellenbosch, ‘n ontroerende gesiggie by de kerkdeur

 

Met de Kaapse kleurlingen heeft de Afrikaner een speciale band

Sasol: Olie uit steenkool

Sasolfabriek
Sasol waaraan ik een onvergetelijke tijd en rijke ervaring te danken heb!

Zuid-Afrika bezit geen aardolie en is aldus erg afhankelijk van het buitenland. Reeds rond 1940 werden vage plannen gemaakt voor de oprichting van een olie-uit-steenkoolbedrijf waarbij de aanwezigheid van de enorme hoeveelheid steenkool benut kan worden. Tien jaar later werden concrete plannen uitgewerkt gebruik makend van Amerikaanse en Duitse technologie.
In 1955 wordt de droom van de Afrikanerregering werkelijkheid en voor het eerst brandt de fakkel van Sasol met synthesegas uit steenkool en wordt petrol geproduceerd!

Als ik in 1967 binnen stap is het bedrijf in volle ontwikkeling. Autobrandstof van de Sasolpomp is overal verkrijgbaar. Overtollig brandgas (voornamelijk methaan uit het syntheseproces) wordt via pijplijn geleverd aan nevenindustrie. Meerdere andere verwante chemische bedrijven hebben zich in de buurt gevestigd, onder meer Höchst, AE&CI en Total.

Sasol is ook een leerschool voor vele jonge Boeren die vooral vertrouwd zijn met het werk op de plaas. Ik heb er ook zeer veel bijgeleerd waardoor ik vele jaren later vanuit Antwerpen wereldwijd opnieuw aan de slag kon.
De voertaal bij het lager personeel is Afrikaans, bij het kader is het om beurt Afrikaans / Engels. Ik pas me aan: ek praat Afrikaans en write English.
Bij Sasol werken vooral Zuid-Afrikanen, maar ook veel immigranten. Afrikaans, verwant aan West-Vlaams, heb ik vlug onder de knie en Engels is geen probleem. 
Aldus kan ik me gemakkelijk inburgeren in het bedrijf en in mijn nieuwe land.
Dr Thomas uit Dresden is productiebestuurder. Mijn baas Hans Schulz, met ervaring in brandstoftechnologie in Duitsland, is hoofd van Tegniese dienste, een ingenieursgroep die problemen oplost of uitbreidingen in goede banen leidt. Voor mij en voor velen de ideale leerschool om vertrouwd te worden met alle processen en toerusting, onder leiding van meer ervaren collega’s. De onderlinge samenwerking is goed en er is genoeg werk voor wie interesse heeft en het nodige contact kan leggen met de mannen die dagelijks het bedrijf in gang houden.

Elke ingenieur van Tegniese dienste krijgt een bepaalde afdeling toegewezen. Ik leg mij toe op Synthol product recovery waar de producten uit synthese na de steenkoolvergassing gescheiden en verwerkt worden.
We voeren met medewerking van alle diensten een gasbalans uit over heel het bedrijf. Als een diagnose om vast te stellen of iets verkeerd loopt in de onder- afdelingen van het grote geïntegreerde systeem. Ik vind de procescontrole maar ook al de rest razend interessant en ontdek the joy of chemical engineering! Weldra wordt ik bevorderd tot prosesingenieur. Sabina, niet vertrouwd met al die moeilijke woorden van ’t fabriek, vertelt aan de klasmaatjes: my pa is prosident!

De jaarlijkse totale afsluiting wordt door een speciale dienst nauwkeurig bepland en in een minimum van tijd uitgevoerd om productieverlies te beperken. Gedurende die afsluiting wil ik tijdens interne inspectie vaststellen waarom die bepaalde destillatietoren zoveel problemen gaf. Ik steek mijn hoofd diep door het mangat, adem te veel stikstof in en voel me wegzwijmelen. Ik kan nog vlug de hoge stelling vastgrijpen en naar verse lucht happen om ergere problemen te vermijden…Wat heb ik geluk, wat ben ik blij dat ik het nog kan verdervertellen!

14 april 1975. Ik ben op kantoor bezig met een onderzoek als ik plots een dreigende doffe slag hoor. Een ontploffing! Door het raam zie ik opstijgende vlammen nabij de reformers waar ik gisteren nog voorbij stapte! Er zijn zeven doden waaronder de mij welbekende Shorty Bezuidenhout met 20 jaar dienst… Plots verandert de wereld! Op korte tijd ligt heel het bedrijf plat. Maar nog tijdens het treuren om de overleden collega’s en het onderzoek naar de juiste oorzaak komt het bedrijf behoedzaam maar vastberaden weer op gang. De dagen nadien schrik ik telkens weer op bij ’t minste geluid, ook als plots mijn telefoon rinkelt!

Na enkele jaren ervaring met de niet altijd eenvoudige menselijke verhoudingen in een grote onderneming volg ik met veel aandacht en voldoening de waardevolle Louis Allen Management Course om de sociale omgang in het bedrijf te verbeteren. ‘To feel important’ is de ultieme drijfveer en belangrijker dan seks, in tegenstelling met wat Freud erover dacht.

Optimalisatie van het proces.

Sasol zelf heeft een uniek proces voor de productie van olie uit steenkool verder ontwikkeld en verfijnd. Er is dus geen multinational met studiebureel dat van buitenaf oplegt hoe het moet. Dat maakt het werk voor technici in het bedrijf zeer interessant en boeiend, en is men steeds op zoek naar verdere verbeteringen.

Een Delftse ingenieur maakt er een voltijdse bezigheid van. Hij heeft de theorie helemaal onder de knie en goochelt met begrippen als entropie en enthalpie zoals een gewone sterveling met erwtensoep. Hij is met Sasol opgegroeid en kent het bedrijf door en door. Hij weet uit het hoofd hoeveel oververhitte stoom er nodig is voor de omzetting van CO in de shift converter. De man is zeer ondernemend, maakt ook wel eens een foutje en komt regelmatig aandraven met nieuwe voorstellen op topvergaderingen met de decision makers die amper kunnen volgen wat hij bedoelt. Tot grote onrust en onbehagen van velen die zich verschuilen achter die enkele foutjes om er niet op in te gaan. Ik heb veel aan de man te danken, want hij inspireert ons met zijn kennis als we op jacht gaan in het bedrijf. Zo kan ik heel voorzichtig en diplomatisch enkele kleine onopvallende zaken verbeteren zoals bv de vermindering van verbrandingslucht in ovens. Iedereen tevreden. Er zijn besparingen en niemand leidt gezichtsverlies.
Maar dan gebruiken we een lichtere olie in de adsorptietoren van de enorme gasstroom uit synthese met grote gevolgen. Meer lichtere koolwaterstoffen eindigen aldus in dure benzine en niet meer in goedkoop brandgas. De besparing is enorm en gaat niet onopgemerkt voorbij.
De productiebestuurder is opgetogen maar de superintendent van de afdeling voelt zich in ’t nauw gedreven. Ik geef een lezing aan het hoger kader over de ingreep en de resultaten. Ik vergeet niet mijn leermeester, de man uit Delft te vermelden.
De superintendent erkent de grote verbetering, maar betwijfelt of dit wel het gevolg is van de door ons aangebrachte wijzigingen. Mijn voorstel echter om even de vorige condities te herstellen vindt hij niet echt nodig.
Ik ben erg tevreden:’to feel important’! De superintendent is dat minder.
Heel het bedrijf loopt meestal op maximum capaciteit en wordt beperkt door de zuurstofproductie (de hoogste ter wereld!). De man uit Delft weet raad: door het methaan van de vergassing pas na synthese te hervormen kan zuurstof bespaard worden en de productie verhoogd. Deze grondige wijziging van het originele concept wordt niet zonder meer aanvaard. De productiebestuurder vraagt zich welwillend maar spottend af of die mannen van Tegniese dienste denken dat het reuze bedrijf Sasol groot genoeg is om als pilot plant te dienen.
Heel voorzichtig wordt de wijziging toch stap voor stap en met succes uitgevoerd. Een paar jaar later wordt een veel groter Sasol II en Sasol III gebouwd volgens het vernieuwde concept, verwezenlijkt door het inzicht en de inzet van één man voor wie verbetering van het bedrijf belangrijker was dan zijn eigen loopbaan!

Langverlof in Europa

De werknemers bij Sasol hebben 40 dagen verlof per jaar waarvan telkens 10 dagen opgespaard worden. Zo hebben we het 6de jaar 90 dagen langverlof om de familie in Europa te bezoeken. We zitten voor het eerst alle vier samen op het vliegtuig van Johannesburg naar Schiphol. Noordelijk Afrika lijkt wel een dorre woestijn, maar Europa lacht ons toe met veel sappig groen en veel water. Bij de aankomst in Schiphol zie ik achter de glazen wand mijn vader en andere familieleden die ik niet allemaal meer herken. We bekijken mekaar nieuwsgierig. Iedereen is na meer dan vijf jaar wel wat verouderd!

We verblijven in ’t Pandreitje te Brugge bij vader en moeder Broes. Het ouderlijk huis Oude Burg 14 waar de 13 kinderen opgroeiden is een paar jaar geleden verkocht. Marnix loopt op blote voeten rond zoals thuis. Hij ziet arbeiders op straat en merkt het verschil met ZA: “Papa, die swartes is hier ook wit!” We prijken in het Brugs Handelsblad met foto. Sabina is gevleid: “Ons is beroemd!”

Dan volgt een blijde gebeurtenis. Op 3 juni 1973 viert de grote familie met kinderen, kleinkinderen en vrienden het 50-jarig huwelijksjubileum van mijn ouders. In het vredige kerkje van het Begijnhof draagt kanunnik François een dank mis op. Ik begeleid op de blokfluit en Sabina zingt het ontroerende:

Die Here is my herder, niets sal my ontbreek nie.
Hy lei my sag langs groene wei, langs stille waters.

Na de dienst volgt de foto met de feestvierders. Heiko Kolt, jarenlange familievriend, leidt een kinderdans in een brede kring op het grasveld tussen de hoge bomen. Wannes Van de Velde toevallig in de buurt, kijkt lachend toe.

Het is moeilijk om te beschrijven wat er in je omgaat als je na al die jaren afwezigheid terug thuis komt. Voor het eerst zie ik hoe prachtig Brugge wel is. Maar ik was er niet bij toen de kinderen van familie en vrienden groot werden.
Enkel Katrien die me goed kent vraagt me: “Doet dat niet een beetje pijn?”
Sommigen zijn veeleer wat afgunstig en denken aan dat exotische ZA met zijn weidse natuur waar het altijd mooi weer is!

Ik strijk de plooien glad bij mijn oude Brugse firma en ben er zowaar welkom! Onder een lachende zomerzon wordt, tijdens een personeelsfeest op het landgoed van de grote baas, de verloren zoon met zelfgekweekte sappige aardbeien met slagroom nauw aan ’t hart gedrukt. Sabina is reg:

Ons is beroemd en iedereen wil delen in de glo.ri.a., in de glo..ri..a..(…2x)!

Met het Citroën-deux-cheveauxtje van de Elly en een tent maken we met ons vier een heerlijke Europa-toer tot in Venetië. Wat is Europa mooi!
Terug thuis in Sasolburg en terug thuis in Antwerpen.

Na ons langverlof in Europa komen we terug thuis in Sasolburg. Onze tuin ligt er verlaten en verwaarloosd bij. Het is winter, het heeft in geen maanden meer geregend. Alles is droog en bruin. Ik beluister een langspeelplaat met de Brugse beiaard die ik van vrienden kreeg bij het afscheid. Het lijkt me een slecht geschenk nu het ten volle tot me doordringt: een immigrant voelt zich nooit thuis in het nieuwe land. Het me duidelijk: het waren onvergetelijke prachtige jaren in Suid-Afrika, maar ik wil terug naar huis. Ik ben bijna 45, als ik ten minste nog een job vind om me bezig te houden tot aan mijn pensioen..

Het duurt toch nog twee jaar. Door mijn contacten in ZA kan ik wellicht in dienst bij Fluor, de Amerikaanse constructie-maatschappij die hier Sasol II bouwt. Mijn ‘blokfluit-collega’ Martin Niederberger brengt me in contact met zijn firma Didier uit Essen waar ook een mogelijkheid is. Ik moet wel even over en weer naar Europa waar ik ijverig uitkijk naar andere werkaanbiedingen. Ik krijg de auto van ons Mik in bruikleen en rijd voorzichtig rechts met stuur aan de linker kant… In Antwerpen ga ik naar het studiebureel Badger en naar Union Carbide (UCC) waar men iemand zoekt met ervaring i.v.m. vergassing met zuivere zuurstof. Komende van Sasol, waar steenkool vergast wordt met zuivere zuurstof, ben ik de enige kandidaat die daaraan voldoet.

Terug in Sasolburg krijg ik na korte tijd de verlossende telex, UCC doet me een job-aanbod! Dan gaat het vlug. Op 21 december 1975 nemen we afscheid van ZA. We vliegen van het midden van de zomer in Afrika naar het midden van de winter in Europa. Ik heb de indruk dat de zon er nooit echt door komt.
Bij UCC Antwerpen wordt de nieuwe ‘ervaren man’ spontaan en onverwacht welkom geheten door Chris V.H. een jonge secretaresse. Ik ben aangenaam verrast en weet meteen: dat komt hier dik in orde. Het is me altijd bijgebleven!
Ik werk bij vergassing van stadsafval, volg een korte opleiding in de VS (fiets rond in New York, bezoek de Niagarawaterval en Charleston, het ‘Brugge’ van de Zuidelijke staten) en mag dan het uitleggen op enkele handelsbeurzen in Europa. Maar het proces valt tegen, spijts de mooie slogan die ervoor bedacht werd: ‘Trash for cash’. Stadsafval is ‘urban ore’, stedelijk erts waar alles in te vinden is. UCC zou ervoor betalen, zwaar voor betalen, niet voor het erts, wel voor het proces dat uiteindelijk opgedoekt werd.
Gelukkig wordt ik verplaatst naar PSA, een succesvol adsorptiesysteem in volle ontwikkeling voor productie van waterstof. Na de oliecrisis in de jaren 70 werd PSA noodzakelijk in alle raffinaderijen voor de omzetting van zware olie in hoogwaardige brandstof. Ik kan er me uitleven en werk tijdens inbedrijfstelling wel in veertig landen de wereld rond. Een feest!
Zo heb ik me nog ’beziggehouden’ tot aan mijn pensioenleeftijd van 65 en deeltijds voor dezelfde firma tot 70.


Als procesingenieur bij Union Carbide keerde ik beroepshalve terug naar Suid-Afrika in 1993 voor inbedrijfstelling van PSA bij Mossgas nabij Mosselbaai. Nadien in 2005 voor een vriendenbezoek bij de familie Jos Willems in Stellenbosch en, via de onvergetelijke Tuinroete, bij Mel Walton in Heroldsbaai en bij Quinten & Berta Beukens in St Francisbaai.

Oude bekenden uit mijn tweede vaderland het ook vir my kom kuier:

Oom David (met echtgenote), David De Villiers de algemene directeur van Sasol vereerde mij met een bezoek. We wisselden jarenlang nieuwjaarswensen uit, tot ik in december 2011 de allerlaatste boodschap kreeg: “…op 93 en 92 het ons allebei oumens-kwale maar ons koppe is nog reg..”. Hij rustte in vrede!

Mijn oud-collega van Tegniese dienste Deo Schrenk bezocht me samen met Petru tijdens een opdracht voor Sasol in Duitsland.
Na het overlijden van Pat Walton maakten Mel en ikzelf een fietstocht naar Nederland. Met Richard (de man uit Delft!) en Heleen Bettman een boottocht op de Brugse reien. We blijven in contact via Facebook.
Felix en Kathleen Kelly van de Sasolburg folksong club waren erbij toen ik hier in Brugge mijn zolder inrichtte. We zien mekaar weldra terug. Mac, Allen McIver, bezocht me en houdt me, soms met jeugdige overmoed, op de hoogte van de laatste revolutionaire ontwikkelingen in petrochemie en energievoorziening. Max Vreugde mijn oude buurman uit Leipoldtstraat in Sasolburg kwam me zopas opzoeken tijdens een Europatoer.

Denkend aan mijn vriend Richard!

Er doet een grapje de ronde over de Technische Universiteit Delft:
‘Eerst komen die van Delft, dan lange tijd niets en dan volgen anderen.’
Ik heb ervaren dat dit grapje niet altijd een grapje is.

Onze familie en vrienden kijken met belangstelling uit naar de loopbaan van Piet, de kleinzoon van mijn broer Herman. Hij slaagde zopas vlekkeloos het toegangsexamen aan de Technische Universiteit Delft!

Ik ben reeds 85 en hou me nog altijd goed bezig, hier en elders.

Luc Broes,

Brugge 2015